De cartoon toont twee ongeboren baby’s in de baarmoeder, elk verbonden met een placenta. De linker foetus rookt lachend een sigaret, terwijl de rechter zichtbaar last heeft van de rook en zijn neus dichthoudt. Bovenaan staat: “Hoe help je vrouwen om te stoppen met roken tijdens de zwangerschap? Met cadeaubonnen…”
De teksten bij de foetussen verbeelden een debat. De rokende foetus noemt het stoppen-met-rokenbeleid cynisch een “verdienmodel”: roken loont, want stoppen wordt beloond. De andere foetus reageert verontwaardigd en noemt roken “het opzettelijk vergiftigen van een huisgenoot”.
Door ongeboren kinderen te laten spreken, gebruikt de cartoon satire en overdrijving om de schadelijke gevolgen van roken tijdens de zwangerschap zichtbaar te maken. Tegelijk bekritiseert hij financiële prikkels als beleidsinstrument, omdat die moreel wringen en perverse effecten kunnen hebben. De tegenstelling tussen cynisme en morele afkeuring dwingt de kijker na te denken over verantwoordelijkheid en bescherming van het ongeboren kind.