De cartoon toont twee mensen die door hevige sneeuwval lopen. Overal dwarrelen grote sneeuwvlokken; de grond is wit en glad. Bovenaan staat de titel “SNEEUWPANDEMIE…”, wat de situatie meteen overdreven en ironisch framet.
De linkerfiguur klaagt luid: “Toch verschrikkelijk die sneeuw!? Het hele land ligt plat!” Hij oogt boos en machteloos, wat de chaos benadrukt. De rechterfiguur reageert cynisch: “Geef mij maar weer zo’n coronapandemie. Toen werden de pakketjes tenminste wél op tijd bezorgd.”
De humor zit in de vergelijking tussen een natuurlijke gebeurtenis (sneeuw) en een wereldwijde gezondheidscrisis. De cartoon bekritiseert hoe ontwricht Nederland soms reageert op relatief beperkte sneeuwval, terwijl tijdens de coronapandemie – een veel ernstigere crisis – sommige systemen, zoals pakketbezorging, beter leken te functioneren.
De boodschap is satirisch en maatschappijkritisch: het relativeert onze klachten, legt de kwetsbaarheid van infrastructuur bloot en toont hoe snel mensen nostalgisch kunnen worden naar “orde”, zelfs in crisistijd.